Vliegen

Het wemelt. Het krioelt. Het… ik heb nog nooit zoiets gezien. Bruine, witte, zwarte, gele mensen, alles rent door elkaar. Verbaasde, verbeten, verwarde, verdwaasde gezichten. Dat van mij staat waarschijnlijk op verbaasd. En misschien op verward. Ik weet dat ik naar Athene moet. En het woord ‘departures’ is mij bekend, maar dan houdt het op. Waar moet ik in deze wirwar in godsnaam naartoe?!!  

Verderop zie ik lange rijen van mensen met grote koffers. Aha, die moeten inchecken! Dat hoef ik niet, ik heb alleen handbagage. Eén richting afgevinkt. Rechts van mij, in de hal, naar mijn idee over de gehele lengte van de hoofdingang van Schiphol, staat een rij. Een lange rij van mensen. Zo lang, dat ik niet kan zien waar hij eindigt. Of waar hij begint. Of ik moet invoegen in die rij weet ik ook niet. De rij is afgezet met kettingen. Ik zou er met gemak onderdoor kunnen duiken, maar ik heb zo’n gevoel dat dat niet de bedoeling is.

Ik zie niemand die eruitziet alsof hij me kan helpen. Of toch?! Een stewardess in een rood uniform en een bijpassend hoedje komt me tegemoet. Ze heeft haast, dat kan ik zien, maar ook dat ze weet waar ze naartoe moet. Ik raap mijn moed bij elkaar en blokkeer haar pad, zodat ze haar pas wel moet inhouden, en vraag haar op de vrouw af: “Can you help me please? I have to go to Athens, but I have no idea where to go?” “Oh, you need to go outside and join the line!” Huh? Naar buiten?! Oké. Niet zelf nadenken. Het gevoel zegt naar binnen, maar nee, we gaan gewoon naar buiten.

Buiten de vertrekhal

Buitengekomen en naar links ontwaar ik zowaar een rij. En een witte tent. Een lange, lange, witte tent. Er lopen mensen naar binnen en er komen mensen naar buiten. Tussen de in- en uitgaande rij is een afscheiding geplaatst. Hmm… het lijkt erop dat ik eerst de tent in moet, voordat ik weer naar buiten mag. En zo bevind ik mij op een doodgewone zaterdagochtend in een eindeloos lange tent in een rij van mensen voor het hoofdgebouw van Schiphol. En we schuifelen de verkeerde kant op met z’n allen. We willen niet, maar we moeten.

Omdat ik nu steeds langere tijd stilsta, heb ik de gelegenheid om de vriendin te bellen met wie ik op reis ga. Gelukkig neemt ze op. Ze staat al wel een halfuur ergens in de tent, zegt ze. We spreken af dat ik zal proberen haar te vinden, maar o gruwel, dat betekent voordringen! Oké, we gaan ervoor. Blik op oneindig en gaan. In rap tempo voorbij de schuifelende mensenmassa. Met snerpend piepende rolkofferwieltjes, om vooral nog even wat extra aandacht op mezelf te vestigen. Ik schaam me rot. Maar dat ben ik meteen vergeten als ik het vertrouwde hoofd van Lies zie in de mensenmassa. We knuffelen blij. Samen schuifelen is toch veel fijner dan alleen!

Al kakelend leggen we de meters af naar het einde van de tent. Dat gaat niet hard, maar het gaat vooruit. Al na een halfuurtje stoten we onze neus aan de plastic ramen in het witte tentdoek en mogen we een U-bocht maken om in dezelfde tent de andere kant op te schuifelen. Aan de rechterkant van ons staan rijen ongeruste mensen met allemaal dezelfde, zorgelijke gezichtsuitdrukking. Ze kijken stil en verdwaasd naar voren, of op hun telefoon. Wij vormen ratelend de uitzondering. Het is onze manier om vooral niet te hoeven denken: “Als we het maar halen!”

In de vertrekhal

En plots is dan in de verte het einde van de tent in zicht. Er gloort hoop! Een halfuurtje later staan we in de buitenlucht en mengt ons gekakel zich met de overspannen geluiden van de luchthaven. Dat is maar even, want we worden alweer door een druk gebarende meneer in uniform die echt geen tijd heeft voor grapjes, naar binnen gedirigeerd. Gelukkig! We zijn weer waar we daarstraks waren, in de vertrekhal! Met dat verschil dat we nu zelf deel uitmaken van de mensensliert die zich langzaam voortbeweegt langs de voorzijde van de hal. We zijn gevorderd! En kijk, we zien een tv-scherm met daarop de tekst: ‘The waiting time from this point to security: 40-45 min’. Oh, maar als dat zo is, gaan we het gemakkelijk halen!

Goed gemutst schuifelen we verder. De mevrouw voor ons, wier gestalte ik inmiddels helemaal kan uittekenen, reist alleen en vindt het leuk om een praatje te maken. Wij ook, dus we hebben het gezellig. Ze  woont hier al vijftien jaar en spreekt geen Nederlands. Ze is wiskundelerares, vechtgescheiden, heeft een zoon van tien en wil graag terug naar Schotland waar ze vandaan komt. Maar ja, haar zoon hè? Nu is ze onderweg naar een reünie in Boedapest. Ze vertelt dat haar vrienden overal vandaan komen en nu op diverse luchthavens in Europa en elders in de wereld hetzelfde meemaken als wij. Het is maar de vraag of iedereen er vanavond al bij zal zijn…

Boven de vertrekhal

Al kwebbelend zijn we ongemerkt boven beland waar de rij overgaat in een kronkelslang die zich langzaam van links naar rechts verplaatst. De rolband en de beveiligingspoortjes zijn al in zicht, maar eerst moeten we nog ongeveer tien keer heen en weer voordat we die bereiken. Opeens word ik op mijn schouder getikt. “Sylvia??!”, hoor ik vragend. “Já?!” zeg ik verrast, terwijl ik me omdraai en in de ogen kijk van een prachtige vrouw in wie ik meteen mijn vroegere kapster herken. Nog steeds is ze wonderbaarlijk mooi. We hebben elkaar minstens dertig jaar niet meer gezien en slechts gescheiden door een zwarte rubberen band op taillehoogte omarmen we elkaar enthousiast. Kort wisselen we wat informatie uit, voordat we worden gedwongen verder te schuifelen. Nog een paar keer komen we elkaar tegen, waardoor ik te weten kom dat ze met haar twee jongste zoons een paar dagen naar Lissabon gaat. De twee bomen naast haar glimlachen me vriendelijk toe. Ze heeft nog twee exemplaren, vertelt ze, maar die zijn niet mee.

En dan gaat het allemaal opeens heel snel. We nemen afscheid van onze Schotse vriendin, zwaaien naar kapster Els en schieten door Security. Spuiten een luchtje op bij de taxfreeshop, kopen een flesje water, ploffen neer voor koffie en een lekker broodje, melden ons bij de gate, alwaar het boarden al snel begint. Even later zitten we lekker op ons plekje in het vliegtuig. Ik mag van Lies bij het raam. Zo zie je, het valt uiteindelijk allemaal best wel mee!

Opstijgen. Of toch niet?

Aha, de gezagvoerder spreekt, hij heeft een vertrouwenwekkende stem. We moeten nog even een kwartiertje wachten voor we kunnen vertrekken, de koffers zijn nog niet allemaal aan boord. Na een halfuur opnieuw de gezagvoerder: de koffers zitten erin maar het duurt toch ietsje langer dan gehoopt. Hij denkt over een kwartiertje te kunnen opstijgen. Na een halfuur klinkt zijn stem weer door de cabine, het zit toch allemaal een beetje tegen, maar hij hoopt dat we over een kwartiertje kunnen vertrekken. Na een halfuur galmt zijn inmiddels vertrouwde stem weer door het vliegtuig. Het lijkt erop dat we nu toch echt over een kwartiertje gaan vertrekken. Daarna blijft het heel lang stil. Na tweeëneenhalf uur kwetteren in onze vliegtuigstoeltjes is het dan toch plotseling zover: we gaan de lucht in!

Lange tijd blijven we hopen dat we op Athene de aansluiting naar Paros zullen halen, maar aangekomen op de luchthaven na drie uur in de lucht, zien we dat die hoop tevergeefs is. Het vliegtuig is al zonder ons vertrokken. Oké, niets aan te doen, het is wat het is. Op naar de balie van Aegean Airlines en kijken wat ze voor ons kunnen betekenen.

Sirtaki en meer

We zijn meteen aan de beurt. Onze vlucht wordt omgeboekt naar zes uur de volgende ochtend, we krijgen een hotelovernachting en een driegangendiner, en de taxikosten kunnen we morgenochtend declareren. Lang leve Aegean Airlines! Even later zijn we onderweg in de taxi naar Divani Apollon Suites zo’n twintig kilometer rijden vanaf de luchthaven aan de Atheense Rivièra. Nóg even later ademen we vanaf het terras van ons restaurant de zilte Egeïsche zeelucht in. Onderwijl laten we ons verrassen met een puik wijntje, een frisse Griekse salade, een heerlijke stifado en als afsluiter een bordje knapperige baklava met ijs. Met op de achtergrond een sirtakimuziekje van de dansgroep die beneden bij het zwembad een showtje ten beste geeft.

We kijken elkaar aan. Alles is vandaag anders gegaan dan we hadden bedacht. Maar is het erg? Geenszins! We hebben een gezellige, verrassende reis gehad met een onverwachts, maar zeer welkom einde van de dag. Morgenochtend om halfvier staat de wekker en dan zijn we rond zeven uur bij ons appartement op Paros. Geen dag verloren! 

’t Kon minder, zeggen ze dan in het Noorden…

Heb je dit ellenlange verhaal uitgelezen? Lang hè? Kun je nagaan, bij ons duurde het nóg langer! 😉

11 thoughts on “Vliegen

  1. Inderdaad “het is wat het is” zeg ik ook vaak… op de golfbaan, tennisbaan etc etc koester wat je dan wel hebt and Enjoy 😜👋

  2. Herkenbaar Sylvia, maar eenmaal op bestemming ben je alles zo weer vergeten. Zeker op zo iets moois als Paros, wat een paradijsjes!

    1. Zo is het Ina. En inderdaad, Paros is een aanrader. Wat we nog leuker vonden was Amorgos; het is kleiner en wat minder toeristisch, daardoor heel knus. Mooi wandeleiland met een hoop kleine strandjes en fijne eettentjes…

  3. Heerlijk positief verhaal. Het is maar hoe je er zelf in staat. En positiviteit wordt altijd beloond. Het is vast een fantastische vakantie geweest.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.